Brand en RHEINZINK

23.04.2018

De aandachtspunten bij een RHEINZINK gevel
Door Thijs Baneke

Vanwege een aantal branden, zoals recent die van de Grenfell toren in Londen op 14 juni 2017, krijgt brandveiligheid van gevels steeds meer aandacht. Ook voor Rheinzink gevels geldt dat er voorschriften gelden om brand en brandontwikkeling te voorkomen of te beperken. De specifieke aandachtspunten worden hieronder vrijblijvend besproken. De beoordeling met betrekking tot brandveiligheid van een gevel zal altijd door een expert moeten worden gedaan.

Het hoofddoel van het Bouwbesluit met betrekking tot brand is het voorkomen van slachtoffers en de uitbreiding van brand naar een ander perceel. Het Bouwbesluit stelt bijvoorbeeld geen eisen om schade aan een bouwwerk door brand te voorkomen. Er gelden twee belangrijke thema’s:

  1. de brandbaarheid van de constructieonderdelen (uitgedrukt in brandklassen)
  2. de beperking van branduitbreiding tussen brandcompartimenten

 

1. Brandbaarheid constructieonderdelen

Een bouwwerk moet zodanig zijn gebouwd, dat het ontstaan van brand voldoende wordt beperkt en het zich niet snel kan ontwikkelen. Om dit te bereiken moet een constructie (een combinatie van materialen) voldoen aan een brandklasse volgens de NEN-EN-13501-1. Ieder bouwmateriaal heeft een brandklasse, deze loopt van A1 (onbrandbaar) tot F (uiterst brandbaar). De combinatie hiervan bepaald de brandklasse van de totale opbouw.

Een gevel van een woonhuis moet minimaal aan brandklasse D voldoen. Zijn er meerdere brandcompartimenten aanwezig of is de zinken gevel hoger dan 13 meter vanaf maaiveld gemeten, dan moet de gevel voldoen aan brandklasse B. Boven de 13 meter is het voor de brandweer namelijk niet mogelijk met normale blusmiddelen de brand te bestrijden.

Voor alle andere soorten gebouwen (met uitzondering is een ‘bouwwerk geen gebouw zijnde’, zoals een tunnel of viaduct) geldt hierbij ook nog dat het onderste deel van de gevel (tot 2,5 meter vanaf maaiveld)  moet voldoen aan brandklasse B. Deze onderste 2,5 meter wordt beschouwd als brandgevaarlijk, hier kan bijvoorbeeld een brandende vuilcontainer tegen worden geplaatst. Dit voorschrift geldt dus niet voor woonhuizen.

Een gevel moet dus minimaal voldoen aan brandklasse D. Dit geldt zoals gezegd voor de totale opbouw en is dus een combinatie van verschillende materialen, die misschien niet allemaal dezelfde brandklasse hebben. Dit wordt bepaald volgens de EN 13501-1 of een deskundigenoordeel. Omdat een zinken gevel geventileerd wordt uitgevoerd worden de materialen in de spouw ook direct blootgesteld aan brand. Het komt er daarom in de praktijk op neer dat alle individuele materialen aan klasse D moeten voldoen.

Als we  naar een zinken gevel kijken zijn er twee opbouwen mogelijk, afhankelijk van het gekozen Rheinzink systeem:

Voor de opbouw van een RHEINZINK fels, roeven of losange gevel wordt een volledig houten beschot als dragende constructie aangehouden. De toegepaste materialen hebben (van buiten naar binnen) de volgende brandklassen:

  • Rheinzink fels, roeven, losanges: brandklasse A1
  • Vurenhout: ongeschaafd, onbehandeld, dikte 22 mm: brandklasse D
  • Vurenhouten stijlen: minimale dikte/breedte 22 mm: brandklasse D
  • Ventilatieruimte
  • Damp-open, waterdragende folie met  brandwerende eigenschappen, zoals Polytex Fassade FR of Tyvek Firecurb (beiden brandklasse B)
  • Isolatiemateriaal: uitsluitend isolatiemateriaal met minimaal brandklasse D, bijvoorbeeld steenwol of glaswol (onbrandbaar), maar ook andere isolatiematerialen voldoen hieraan.

 

In het geval dat een gevel moet voldoen aan brandklasse B voldoet alleen het vurenhout niet aan deze eisen. Als alternatief voor dit hout kan er hier worden gekozen voor een aluminium trapeziumpaneel (of van verzinkt staal, maar dan wel voorzien van een coating) met een aluminium draagconstructie erachter. Ook kan er hout worden toegepast dat brandvertragend is behandeld. Het type brandvertragend middel moet altijd worden voorgelegd aan Rheinzink, omdat het mogelijk een negatieve invloed heeft op de zinken bekleding.

Voor de opbouw van een RHEINZINK paneelgevel (plankpanelen, rabatpanelen, cassettes) geldt de volgende opbouw:

  • Rheinzink vrijdragend paneel (plankpaneel, rabatpaneel, etc.): brandklasse A1
  • Aluminium gevelprofielen als draagconstructie: brandklasse A1
  • Ventilatieruimte
  • Damp-open, waterdragende folie met  brandwerende eigenschappen, (bijvoorbeeld Polytex Fassade FR of Tyvek Firecurb) brandklasse B
  • Isolatiemateriaal: uitsluitend isolatiemateriaal met minimaal brandklasse D. Steenwol en glaswol (brandklasse A1) voldoen hier met gemak aan.


Deze opbouw voldoet, ook wanneer er brandklasse B vereist is.

 

2. Beperking van branduitbreiding tussen brandcompartimenten

Het bouwbesluit stelt eisen aan de beperking van branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) tussen ruimten, bepaald volgens de NEN 6068. Deze WBDBO eis kan 60, 30 of 20 minuten zijn afhankelijk van onder andere de aard van het gebouw. Het gaat hier om de vlamdichtheid, maar ook om voldoende thermische isolatie. Een wand of vloer mag bijvoorbeeld niet te heet worden, zodat daardoor materialen kunnen worden aangestoken.

De verhoogde kans tot branduitbreiding tussen brandcompartimenten wordt bij een Rheinzink gevel met name veroorzaakt door de geventileerde spouw. Overslag zal zich via de ventilatieopeningen kunnen verplaatsen en via gevelopeningen een bovenliggend brandcompartiment kunnen bereiken.

Met aanvullende voorzieningen is het mogelijk om een Rheinzink gevel brandveilig uit te voeren volgens de NEN 6068. Dit kan bijvoorbeeld door de spouw op te delen in compartimenten om een snelle brandvoortplanting te voorkomen. Omdat de spouw actief belucht moet blijven, zijn er speciale elementen beschikbaar die bij normale omstandigheden spouwventilatie toelaten. Bij brand zullen deze elementen opschuimen, zodat de vlammen worden tegengehouden. In de Britse regelgeving zijn deze elementen verplicht, in Nederland kunnen deze in principe worden toegepast worden op basis van gelijkwaardigheid. Voor gelijkwaardigheid gelden echter geen nationale richtlijnen en zullen deze dus altijd door het lokaal bevoegd gezag beoordeeld worden. Schakel altijd een specialist in voor de juiste maatregelen.

Bronvermelding:
Rapportage Brandveiligheid zinken gevels, DGMR november 2017
RHEINZINK Technisch Handboek, zesde druk, juni 2017

RHEINZINK worldwide

Voor vragen en advies kunt u direct contact met ons opnemen:

 
T: 020-4352000